Introductie
De focus van het onderzoek van de ECOOM-tak aan de UGent ligt op ‘Human Resources in Research’. Dit houdt zowel de productie van doctoraten in, de carrières van doctoraathouders en de mobiliteit van onderzoekers. ECOOM-UGent ontwikkelt diverse indicatoren die de monitoring van academische Human Resources in Vlaanderen ondersteunen, maar zoekt ook verklaringen en interpretaties voor deze indicatoren en maakt aanbevelingen voor de Vlaamse overheid en universiteiten. Aangezien het onderzoek naar doctorandi ingebed zit in een permanent monitoringsysteem, is het mogelijk om prospectief onderzoek te verrichten naar doctorandi met een specifieke focus op intersectorele en internationale mobiliteit.
Info & contact: Karen.Vandevelde@UGent.be; Katrien.DeBoyser@UGent.be
Onderzoeksgebieden1. Academische carrières
De academische wereld verandert voortdurend: het aantal studenten op bachelor-, master- en doctoraatsniveau groeit snel. Toch stijgt het aantal plaatsen voor zelfstandig academisch personeel (ZAP) niet op hetzelfde tempo. Dit heeft grote implicaties voor het carrièreperspectief van onderzoekers aan de universiteiten. Er worden meer en hogere eisen gesteld aan zij die een academische carrière nastreven. Voor de meerderheid van de doctoraatsstudenten is het doctoraat an sich niet langer een opstapje voor een levenslange tewerkstelling aan de universiteit. De doctoraatsopleiding geeft nu dan ook meer aandacht aan de inzetbaarheid van doctoraatshouders in andere sectoren.
Dit werpt een aantal onderzoeksvragen op, zoals: - Wie behaalt er een doctoraat? Wat zijn beïnvloedende factoren?
- Wat is de waarde van een doctoraat?
- Hoe zien jonge onderzoekers hun eigen professionele carrière?
- Hoe kunnen we intersectorale en internationale mobiliteit stimuleren onder academische onderzoekers?
Contact: Gert.Vandergoten@UGent.be
2. Human Resources in Research Flanders-databank
ECOOM-Gent ontwierp een gestructureerde databank met gegevens over alle onderzoekers aan de Vlaamse universiteiten. Deze databank bevat persoonsgegevens, studiegegevens, gegevens over de academische carrière en over het doctoraat. Elk jaar wordt deze informatie geüpdatet. Via de databank kunnen we op een adequate manier de carrières van doctorandi in kaart brengen.
De HRRF-databank wordt gebruikt voor het ontwikkelen van indicatoren omtrent de doctoraatscarrière. Deze indicatoren worden gerapporteerd aan de betrokken universiteiten en aan de overheid. Voorbeelden van deze indicatoren zijn: - Populatiegegevens over de onderzoekers aan de Vlaamse universiteiten: naar statuut, gebied en persoonlijke kenmerken
- Instroomgegevens van de onderzoekers naar statuut, gebied en persoonlijke kenmerken
- Doctoraatsgegevens: aantallen, succesrates en doctoraatsproductierates
- Time-to-degree: naar statuut, gebied en persoonlijke kenmerken
Contact: Sofie.Jacobs@UGent.be; Svetlana.Jidkova@UGent.be
3. Intersectorale mobiliteit
Dit thema spitst zich toe op de tewerkstelling van doctoraatshouders op de arbeidsmarkt (bv. industrie en dienstensector) en de trajecten die zij afleggen nadat ze de universiteit hebben verlaten. Informatie uit exit surveys wordt aangevuld met kwalitatief onderzoek
De centrale vragen zijn: - Wat zijn de carrièreperspectieven van doctorandi uit verschillende wetenschapsgebieden?
- Zijn doctorandi adequaat voorbereid op een carrière buiten de universiteit?
- Waarom starten onderzoekers met een doctoraat een carrière buiten de universiteit?
- Wat zijn de carrièremogelijkheden voor doctoraatshouders in de verschillende wetenschapsgebieden? In welke sectoren gaan ze aan de slag?
- Waarom werven werknemers doctoraatshouders aan?
- Verschilt de carrière van doctoraatshouders met die van personen met een masterdiploma?
- Verschilt de carrière van doctoraatshouders nu in vergelijking met vroeger?
- Is de investering van de overheid en de universiteiten in doctorandi waardevol?
- Wat is de situatie van Vlaanderen in vergelijking met de rest van de wereld?
Contact: Hannelore.DeGrande@UGent.be
4. Internationale mobiliteit
Eén van de sleuteldoelen van de Europese Commissie is het ontwikkelen van een dynamische kenniseconomie in Europa. Om dit te bereiken heeft de Lissabonstrategie de creatie van de ERA (European Research Area) aanbevolen waardoor onderzoekers vrij kunnen bewegen tussen de lidstaten van de Europese Unie en waar internationale mobiliteit een aanwinst in de onderzoekscarrière betekent. Het ECOOM-onderzoek brengt de mobiliteit in kaart van Vlaamse onderzoekers en op de mobiliteit van buitenlandse onderzoekers die in Vlaanderen ervaring opdoen, en ontwikkelt indicatoren hieromtrent.
Volgende onderzoeksvragen worden gesteld: - Hoe internationaal mobiel zijn de Vlaamse onderzoekers?
- Wat zijn de belangrijkste push- en pullfactoren voor internationale mobiliteit?
- Welke problemen ondervinden Vlaamse onderzoekers tijdens hun buitenlands verblijf?
- Hoeveel buitenlandse onderzoekers werken er aan de Vlaamse universiteiten?
- Hoe aantrekkelijk is Vlaanderen voor buitenlandse onderzoekers?
- Worden de universiteiten er zelf beter van wanneer ze buitenlandse onderzoekers te werk stellen?
Contact: Annik.Leyman@UGent.be
Surveys
Survey of Junior Researchers (SJR)
Deze survey, met als thema de carrières van jonge onderzoekers, werd in de herfst van 2008 afgenomen aan de universiteiten van Antwerpen, Brussel, Gent en Hasselt. De websurvey werd verzonden naar 5976 onderzoekers, waarvan 43,5% antwoordde. De SJR verschaft ons inzicht in het studie- en werkverleden van de respondenten, hun huidige positie aan de universiteit, hun doctoraatstraject en hun toekomstverwachtingen. Met de resultaten kunnen we voorzien in beleidsrelevante informatie voor verschillende autoriteiten en inzichten die tegemoet komen aan de noden van de sociale partners en de Vlaamse overheid. De resultaten worden eind 2009 voorgesteld.
Exit survey
De exit survey gaat de carrièrepaden na van zij die de universiteit verlaten, met of zonder doctoraat. Deze survey behelst dan ook drie centrale thema’s van ECOOM-Gent, namelijk academische carrières, intersectorale en internationale mobiliteit. Bovendien onderzoekt de survey of de onderzoekers buitenlandse ervaring opdeden, samenwerkten met andere sectoren tijdens hun tewerkstelling aan de universiteit, waarom ze de universiteit verlaten, wat ze belangrijk vinden bij het kiezen van een job, in welke sector ze willen gaan werken, welke functie ze zullen hebben en welke vaardigheden ze belangrijk vinden voor hun toekomstige carrière.
De survey startte aan de universiteit van Gent in de lente van 2009. Ze vond ook plaats in 2009 aan de universiteit van Antwerpen en zal in het voorjaar van 2010 opgestart worden aan de universiteit van Leuven, Hasselt en Brussel.
Toekomstige activiteiten (2010)
Survey Senior Onderzoekers
Via een survey bij senior onderzoekers (postdocs en professoren) zullen we informatie verwerven over hun carrièrepaden, -perspectieven, samenwerking met andere sectoren en hun ervaring met internationale mobiliteit.
Studentensurvey
De UGent heeft in mei 2008 een vragenlijst uitgestuurd naar alle laatstejaarsstudenten van de UGent, waarin onder meer werd gepeild naar de interesse om een carrière aan de universiteit uit te bouwen (al dan niet als doctorandus). Ook het feit of onderzoekers al dan niet mobiel zijn en de interesse in tewerkstelling in de verschillende sectoren komen aan bod. ECOOM-UGent kon in 2009 beschikken over de data gegenereerd door deze survey. Via verdere analyse in 2010 kan een beeld gevormd worden van de intenties van laatstejaarsstudenten.
Careers of doctoral holders (CDH)
In 2010 wordt een nieuwe ronde van de CDH gepland in België. ECOOM-Gent heeft, met akkoord van het ECOOM-Beheerscomité, zich bereid gesteld om FOD Wetenschapsbeleid bij het uitrollen van deze survey te ondersteunen.
|