|
|
|
ecoom.be>Diensten aan overheid |
|
BOF (Bijzonder Onderzoeksfonds)Naast de andere financieringsagentschappen zoals FWO-Vlaanderen, is het Bijzonder Onderzoeksfonds (BOF) een belangrijke financiële bron voor de stimulering van academisch wetenschappelijk onderzoek in Vlaanderen. De BOF-sleutel is een interuniversitair verdelingsmechanisme dat de Vlaamse universiteiten van aanzienlijke financiële middelen voorziet die verder verdeeld kunnen worden over zowel grote (zogenaamde GOA's) als kleine onderzoeksprojecten binnen de universiteit door middel van eigen interne selectieprocedure op basis van peer-review of onderlingen competitie. De middelen voor BOF zijn bijna vervijfvoudigd over een periode van 13 jaar (van € 21,1milj. in 1995 tot €102,1milj in 2008). Vanaf 2003 werd een bijkomend criterium toegevoegd aan de verdelingssleutel: Het aandeel van elke universiteit in de de totaal van Vlaamse academische publicaties en het aandeel van elke universiteit in het totaal aantal citaties naar deze Vlaamse academische publicaties opgenomen in de Science Citation Index (Thomson-Reuters) over een periode van 10 jaar. In 2003 was het gewicht van de originele drie criteria nog 90% en wogen de bibliometrische indicatoren voor 10% in de verdeelsleutel. Volgens het vernieuwde BOF-belsuit (2008) zal het gewicht van de publicatie output en citaties toegenemen tot 35% . ECOOM voert de tellingen van publicaties en citaties uit voor de Vlaamse overheid.
IOF (Industrieel Onderzoeksfonds)De oprichting van het 'Industrieel Onderzoeksfonds' (IOF) is een initiatief van de Vlaamse Regering. De doelstellingen ervan zijn gericht op het valoriseren van universitaire kennis onder vorm van maatschappelijke en/of industriële toepassingen. De Vlaamse Regering stelt een aanzienlijk budget ter beschikking van de Vlaamse universiteiten om een wezenlijke bijdrage te leveren tot deze doelstelling. Dit budget wordt verdeeld tussen de Vlaamse universiteiten op basis van een aantal parameters die verband houden met 'valorisatie', zoals het aantal industriële projecten, EU-projecten, spin-offs, octrooien, doctoraatsdiploma's, ... DatavoorzieningDe technometrie groep van ECOOM is verantwoordelijk voor de data van parameter 5 en 6 van de IOF sleutel. Octrooi-extractie en -validatieDe academische octrooien, waarmee rekening wordt gehouden voor de berekening van de IOF sleutel, betreffen EPO applicaties en toekenningen, USPTO toekenningen en WO applicaties, waarbij de universiteit optreedt als aanvrager (of co-aanvrager) gedurende een welbepaalde tijdsduur (5 jaar). Gebaseerd op de verificatie inspanningen van alle Vlaamse universiteiten, wordt vervolgens de gevalideerde octrooitellingen voorgelegd aan de stuurgroep. Spin-off CreatieOm rekening te houden met de spin-off activiteiten van de Vlaamse universiteiten, worden de officiële basisdocumenten van de universitaire Spin-off bedrijven verzameld door ECOOM. Gebaseerd op deze informatie (stichtingsdatum, aandeelhoudersstructuur, technologietransfer) wordt een lijst van relevante spin-off bedrijven gecreëerd en voorgesteld aan de stuurgroep.
O&O-enquêteHet stimuleren van Onderzoek en Ontwikkeling (O&O) en innovatie neemt een centrale plaats in in het Vlaamse overheidsbeleid. Met het Innovatiepact van 2003 heeft Vlaanderen zich geschaard achter de Europese Lissabon-strategie en de Barcelona-doelstelling om de O&O-uitgaven te verhogen tot 3% van het BBPR (Bruto Binnenlands Product van de Regio). De ambitie deze norm te behalen werd herbevestigd bij de ondertekening van het Pact 2020 op 20 januari 2009 in Hasselt. Dit houdt een formeel engagement in van alle betrokken actoren in het Vlaamse innovatielandschap (overheid, bedrijfsleven, universiteiten en onderzoeksinstellingen) om door gezamenlijke en complementaire inspanningen tegen 2014 de 3%-norm te halen. Het implementeren van de 3%-norm impliceert in eerste instantie dat er goede O&O-gegevens beschikbaar moeten zijn op Vlaams niveau. Het is de federale Belgische overheid die verantwoordelijk is voor het leveren van data betreffende O&O-activiteiten in België aan Eurostat. In de O&O-enquête worden data verzameld betreffende onderzoek en ontwikkeling (O&O) in de bedrijfssector. Deze tweejaarlijkse bevraging wordt voor Vlaanderen uitgevoerd door het Expertisecentrum O&O Monitoring in opdracht van de federale en regionale overheden, en in nauwe samenwerking met de andere regio’s en het federale POD WB[1] via de CFS-Stat[2]. Het Expertisecentrum O&O Monitoring verzamelt de Vlaamse data en controleert de validiteit en consistentie, waarna het beleidsrelevante indicatoren berekent. [1]Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid
CIS-enquêteOp de Europese Raad van Lissabon in 2000 heeft de Europese Unie de lat voor de toekomst zeer hoog gelegd: ze wil “de meest concurrerende economie ter wereld worden die in staat is tot duurzame economische groei, met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang” (Commissie van de Europese Gemeenschappen, september 2000). Doorheen de decennia heeft men verschillende factoren als drijfveer van het concurrentievermogen beschouwd. In de jaren ’60 en ’70 van de 20ste eeuw lag de klemtoon op efficiëntie. Tijdens de jaren ’70 verschoof de focus naar kwaliteit. De volgende decennia werd flexibiliteit de nieuwe kracht. Vanaf de jaren ’90 is men innovatie gaan beschouwen als dé ultieme competitieve kracht. Ook de Europese Unie is tot dat inzicht gekomen en doet dan ook heel wat inspanningen om het innovatiepeil in de Unie op te krikken, om zo haar ambitieuze doelstelling te realiseren. Een krachtig meetinstrument om de innovatieactiviteiten te meten is hierbij een basisbehoefte. Sinds het begin van de jaren ’90 werd hard gewerkt aan een instrumentarium om innovatie te meten. Hieruit ontstond de “Oslo manual” (OESO, 1997), een rapport van de OESO met richtlijnen voor de verzameling en de interpretatie van gegevens i.v.m. technologische innovatie. De laatste jaren is het bewustzijn gegroeid dat innovatie breder is dan technologische innovatie en werd gewerkt aan een nieuwe versie van deze handleiding, waarin ook organisatorische en marketinginnovatie de nodige aandacht krijgen. De innovatie-inspanningen in de Europese Unie worden --op basis van de principes in de Oslo manual-- systematisch gemeten aan de hand van een enquête: de Community Innovation Survey (CIS). De Europese Commissie (Eurostat) is de opdrachtgever hiervoor. De eerste Vlaamse CIS-enquête werd gehouden in 1993. Een tweede en derde CIS-enquête volgden in 1997 en in 2001. In 2005, 2007 en 2009 werden de vierde, vijfde en zesde CIS-enquête gelanceerd door het huidige Expertisecentrum O&O Monitoring. Het uitvoeren van de enquête gebeurt in opdracht van de federale en regionale overheden, en in nauwe samenwerking met de andere regio’s en het federale POD WB via de CFS-Stat. In de Community Innovation Survey (CIS) worden data verzameld betreffende innovatief gedrag en innovatieve performantie in de bedrijfssector. Deze data worden door het Expertisecentrum O&O Monitoring uitgebreid gecontroleerd op validiteit en consistentie, waarna beleidsrelevante indicatoren berekend worden. |
|
|
|
|