Innovatievragenlijst

Op de Europese Raad van Lissabon in 2000 heeft de Europese Unie de lat voor de toekomst zeer hoog gelegd: ze wil “de meest concurrerende economie ter wereld worden die in staat is tot duurzame economische groei, met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang” (Commissie van de Europese Gemeenschappen, september 2000).

Doorheen de decennia heeft men verschillende factoren als drijfveer van het concurrentievermogen beschouwd. In de jaren ’60 en ’70 van de 20ste eeuw lag de klemtoon op efficiëntie. Tijdens de jaren ’70 verschoof de focus naar kwaliteit. De volgende decennia werd flexibiliteit de nieuwe kracht. Vanaf de jaren ’90 is men innovatie gaan beschouwen als dé ultieme competitieve kracht. Ook de Europese Unie is tot dat inzicht gekomen en doet dan ook heel wat inspanningen om het innovatiepeil in de Unie op te krikken, om zo haar ambitieuze doelstelling te realiseren.

Een krachtig meetinstrument om de innovatieactiviteiten te meten is hierbij een basisbehoefte. Sinds het begin van de jaren ’90 werd hard gewerkt aan een instrumentarium om innovatie te meten. Hieruit ontstond de “Oslo manual” (OESO, 1997), een rapport van de OESO met richtlijnen voor de verzameling en de interpretatie van gegevens i.v.m. technologische innovatie. De laatste jaren is het bewustzijn gegroeid dat innovatie breder is dan technologische innovatie en werd gewerkt aan een nieuwe versie van deze handleiding, waarin ook organisatorische en marketinginnovatie de nodige aandacht krijgen.

De innovatie-inspanningen in de Europese Unie worden --op basis van de principes in de Oslo manual-- systematisch gemeten aan de hand van een enquête: de Community Innovation Survey (CIS). De Europese Commissie (Eurostat) is de opdrachtgever hiervoor. De eerste Vlaamse CIS-enquête werd gehouden in 1993. Een tweede en derde CIS-enquête volgden in 1997 en in 2001. In 2005, 2007 en 2009 werden de vierde, vijfde en zesde CIS-enquête gelanceerd door het huidige Expertisecentrum O&O Monitoring. Het uitvoeren van de enquête gebeurt in opdracht van de federale en regionale overheden, en in nauwe samenwerking met de andere regio’s en het federale POD WB via de CFS-Stat. In de Community Innovation Survey (CIS) worden data verzameld betreffende innovatief gedrag en innovatieve performantie in de bedrijfssector. Deze data worden door het Expertisecentrum O&O Monitoring uitgebreid gecontroleerd op validiteit en consistentie, waarna beleidsrelevante indicatoren berekend worden.