Technometrie

Octrooianalyse is een van de hoofdonderzoeksgebieden van het Expertisecentrum O&O Monitoring. De analyse van octrooi-informatie wordt gezien als een goed ontwikkelde, direct beschikbare en historisch gezien betrouwbare methode voor het kwantificeren van de output van een wetenschaps- en technologiesysteem. Geen enkele andere innovatie-indicator kan over een relatief lange periode getraceerd worden en tezelfdertijd op een zeer laag niveau in individuele economische en technologische eenheden onderverdeeld worden. Octrooianalyse laat ook toe om het tijdstip van ontstaan van de innovatie accuraat en precies te achterhalen. In dit gedeelte wordt een overzicht gegeven van octrooien en hoe ze gebruikt kunnen worden voor indicator-ontwikkeling.

De volgende punten komen aan bod:

  • Wat is een octrooi
  • Octrooistatistieken
  • Het gebruik van octrooistatistieken voor het in kaart brengen van technologische activiteit

 

1. Wat is een octrooi

Definitie

Een octrooi kan gedefinieerd worden als een document dat gepubliceerd wordt door een overheidsgemachtigde instelling en dat gedurende een aantal jaren het recht geeft om elke andere persoon/instelling te verbieden om een specifiek nieuw ontwerp, toestel of proces te produceren of te gebruiken.

Een octrooi is een eigendomsrecht, gebaseerd op een ‘officieel verzegelde’ aanvraag. Om de aanvraag door concurrenten te laten erkennen moeten alle details van het eigendomsrecht publiek gemaakt worden. Het belangrijkste doel van een octrooisysteem is de uitvinder bescherming bieden. Zonder intellectueel eigendomsrecht zou technologische kennis publiek eigendom worden en zou het voor concurrenten mogelijk zijn om straffeloos imitaties te maken. Een dergelijke situatie impliceert marktfalen want leidt tot een suboptimaal niveau van (private) investering in onderzoek en ontwikkeling.

 

Procedures en systemen

Een uitvinder (individu, agentschap, of bedrijf) die een uitvinding wenst te beschermen in een specifiek land, dient een octrooiaanvraag in bij het octrooibureau van dat land. Het is ook mogelijk om in een aantal landen tegelijk bescherming te verkrijgen. In de aanvraag zullen een of meerdere aanspraken (‘claims’) gemaakt worden om aan te tonen in welke mate het product of het proces innovatief is. Gedurende de onderzoeksperiode zullen deze aanspraken verder beoordeeld worden en vergeleken met bestaande uitvindingen: het zogenaamde ‘prior art’ onderzoek.

In de meeste landen vindt een onderzoek plaats naar de nieuwheid van de uitvinding en de mogelijke commerciële toepassing ervan, voordat wordt overgegaan tot de toekenning van een octrooi. Het recht van een octrooi kan door de uitvinder aan iemand anders toegewezen worden (zoals zijn werkgever, of een andere instelling) en/of verkocht / gelicentieerd worden aan anderen.

Wereldwijd bestaan verschillende octrooisystemen en –bureaus. De belangrijkste bureaus zijn het European Patent Office (EPO) en het United States Patent and Trademark Office (USPTO); het World Intellectual Property Office (WIPO) en in toenemende mate ook het Japanse Patent Office (JPO). Daarnaast beschikken de meeste landen over een nationaal octrooibureau. Binnen Europa werken de Europese nationale bureaus en het (overkoepelende) Europese patentbureau momenteel nog parallel aan elkaar, maar recentelijk gaat meer aandacht naar de betrachting van een Europees octrooisysteem. De grote octrooisystemen (en in het bijzonder het Europese en het Amerikaanse) verschillen voornamelijk op gebied van publicatie- en toekenningprocedures. In het EPO-systeem wordt een octrooiaanvraag na 18 maanden gepubliceerd, ongeacht of het octrooi al dan niet toegekend is of zal worden. Toekenningen volgen geen streng tijdschema. Zo kan het tot 5 jaar duren vooraleer een octrooi toegekend wordt. In het USPTO-systeem werd, tot in 2001, een octrooi alleen gepubliceerd nadat het toegekend was. Sinds 2001 evolueerde het USPTO wel naar een gelijkaardig bekendmakingsbeleid als hetgene voor EPO.

Verschillen in octrooiprocedures ontstaan hoofdzakelijk uit verschillen in de achterliggende octrooifilosofie. In het USPTO-systeem is de bescherming gefocust op de bescherming van de rechten van de uitvinder. Het Europese systeem is hoofdzakelijk gericht op een tijdige verspreiding van nieuwe technologische informatie om het tempo van technologische vooruitgang te stimuleren. Een dergelijk onderscheid uit zich ook in verschillende wettelijke principes. Waar bij USPTO tot voor kort het ‘first to invent’ principe gold (intellectuele rechten zijn voor de instantie die kan aantonen dat hij / zij als eerste op het te octrooieren idee gekomen is), geldt voor EPO het ‘first-to-file’ principe (intellectuele rechten zijn voor de instantie die als eerste de octrooiaanvraag indiende). Recent, sinds 2011, is in USPTO de overgang gestart van ‘first-to-invent’ naar ‘first-to-file’.

 

Octrooidocumenten

Octrooidocumenten zijn wereldwijd op een specifieke manier gestructureerd. Een octrooidocument bestaat steeds uit drie elementaire delen:

  1. Het titelblad met bibliografische informatie;
  2. De tekst met een beschrijving van de uitvinding, voorbeelden in detail alsook tekeningen diagrammen en grafieken;
  3. De aanspraken (‘claims’).

Octrooianalisten maken meestal alleen gebruik van de informatie op het titelblad van een octrooidocument. Dit titelblad bevat bibliografische data die van belang zijn voor de analist zoals de titel van de uitvinding, aanvraag- en toekenningsdatum, technologische classificatie, alsook een stel verwijzingen of octrooicitaties die van belang zijn in het onderzoeksproces.

De ‘geciteerde referenties’ is de lijst van verwijzingen die de patent-onderzoeker als relevante prior art ziet en die mogelijk een aanzet vormt tot een vernauwing van de aanspraken in de originele aanvraag. De referenties kunnen naar andere octrooien verwijzen, of naar de niet-octrooi (‘andere’) literatuur. Een aanzienlijk deel van de ‘andere’ referenties verwijzen naar wetenschappelijke artikels.

 

2. Octrooistatistieken

Voor studies naar bronnen van economische groei, naar het tempo van technologische verandering of naar de competitieve positie van verschillende bedrijven en landen ontbreken directe maatstaven. Als gevolg hiervan worden onderzoekers en beleidsmakers verplicht tot het gebruik van verwante maatstaven of ‘proxies’. Octrooistatistieken vormen een geschikte proxy voor technologische en innovatieve activiteit. Octrooi-gerelateerde indicatoren hebben heel wat methodologische en technische voordelen. Zoals elke indicator hebben ze ook beperkingen die in acht genomen moeten worden. Deze worden in de volgende tabel opgesomd: 

Voordelen van octrooi-gebaseerde indicatoren

Beperkingen van octrooi-gebaseerde indicatoren

Het nauwe verband tussen octrooien en de uitkomst van industriële O&O en andere vindingrijke en innovatieve activiteiten versterken hun waarde als een proxy indicator.

Octrooien bestaan bijna in elk technologisch domein dat bruikbaar is voor de analyse van de verspreiding van belangrijke technologieën (behalve software, dat meestal beschermd wordt door kopierecht).

Octrooien laten geografische analyses toe.

De gedetailleerde technologische classificatie (via IPC codes) in octrooidocumenten laat een bijna onbeperkte keuze van aggregatieniveaus toe; van brede domeinen tot enkele gespecialiseerde technologische niches.

Octrooidocumenten bevatten gedetailleerde relevante informatie op het niveau van datums (aanvraag, toekenning,…), technologische classificatie, aanvragers en uitvinders (incl. adressen), citaties,…

De brede toegankelijkheid en elektronische beschikbaarheid van octrooidatabanken hebben de ontwikkeling van octrooistatistieken aanzienlijk vergemakkelijkt

Bedrijven kunnen sterk variëren in hun geneigdheid om te octrooieren (aantal octrooien per eenheid O&O uitgaven).

Technologische domeinen variëren sterk in hun geneigdheid om te octrooieren.

Landen variëren in geneigdheid om te octrooieren: verschillen in grootte en geografische positie leiden tot verschillende verwachtingen wat betreft de uitkomsten van octrooibescherming.

Verschillen tussen nationale systemen die ontstaan door verschillen in wettelijke, geografische, economische en culturele factoren beperken het gebruik van octrooi-indicatoren.

Octrooien kunnen sterk verschillen in waarde.

Ongeacht dergelijke beperkingen blijven octrooien een unieke bron voor de analyse van het proces dat leidt tot technologische verandering. Geen enkele andere indicator komt in aanmerking om de innovatie-gerelateerde processen op een gelijkaardige manier te beschrijven als octrooistatistieken. Wanneer octrooistatistieken gebruikt worden om vragen te beantwoorden over economische groei, het tempo van technologische verandering of de competitieve positie van bedrijven en landen, dienen een aantal bijkomende opmerkingen in het achterhoofd gehouden worden voor een accurate interpretatie van bevindingen.

Met de term ‘rationale van het octrooieren’ wordt verwezen naar de verschillende motieven die kunnen leiden tot de beslissing om een octrooi aan te vragen, of om daar van af te zien. De economische literatuur besteedt veel aandacht aan het strategische octrooieergedrag van bedrijven. Verscheidene empirische studies hebben aangetoond dat niet alle bedrijven die actief innoveren, zich ook effectief bezig houden met octrooieren. Daarnaast weze opgemerkt dat octrooierende bedrijven niet voor alle uitvindingen een octrooiaanvraag indienen. Andere mechanismen zoals geheimhouding, snelle lancering op de markt of productcomplexiteit kunnen octrooibescherming aanvullen of zelfs vervangen.

Dit heeft belangrijke gevolgen voor de interpretatie van octrooistatistieken als maatstaf voor de graad van innovatie van bedrijven en landen, waarbij volgende punten in acht dienen genomen te worden:

  • Niet alle uitvindingen worden gebruikt en gecommercialiseerd, waardoor ze niet alle noodzakelijk leiden tot vernieuwing.
  • Niet alle uitvindingen zijn octrooieerbaar; en degene die het wel zijn, worden niet noodzakelijk geoctrooieerd.
  • Soms octrooieert een bedrijf ook uitvindingen die niet commercieel gebruikt worden.

 

3. Het gebruik van octrooistatistieken voor het in kaart brengen van technologische activiteit

Zoals eerder vermeld kunnen octrooien geaggregeerd en geanalyseerd worden op verschillende manieren, o.a. volgens:

  • type uitvinder, bedrijven of groepen van bedrijven
  • toepasbaarheid in een of meerdere technologische domeinen
  • octrooiactiviteit van een land of regio
  • patronen in octrooiactiviteit doorheen de tijd

Octrooi-indicatoren kunnen opgesteld worden op drie niveaus, waarbij het niveau van aggregatie verschilt naargelang het doel van de betreffende studie:

  • Macro: land / regio
  • Meso: industrie / sector
  • Micro: bedrijf / instelling

Het eenvoudigste type octrooi-indicator wordt verkregen door een telling van het aantal octrooien gebaseerd op een of meerdere criteria (technologisch domein, toepassingsjaar, uitvinder, …). Met een vergelijking van het aantal octrooien tussen landen, industriële sectoren of bedrijven in een specifiek technologisch domein kan een inzicht verkregen worden in technologische prestatieverschillen. Rekening houdend met de grootte van de populatie, de wetenschappelijke textuur en de technologische infrastructuur, relateren analisten octrooi-aantallen met demografische, economische en onderzoeksvariabelen (GDP, O&O uitgaven). Dergelijke normalisatieprocedures leveren octrooi-indicatoren op die onafhankelijk zijn van de grootte van een land en laten aldus een accuratere vergelijking mogelijk.

Een indicator waar vaak mee gewerkt wordt - maar die ook geregeld kritiek ontvangt - is de ‘propensity to patent’. Deze indicator geeft het aantal octrooien per dollar (of ander geldeenheid), geïnvesteerd in O&O of per O&O-personeelslid. Deze indicator geeft weer in welke mate O&O-input vertaald wordt in octrooien en kan dus beschouwd worden als een maatstaf van O&O-output. Aangezien deze inputgegevens niet altijd met de grootste accuraatheid gedefinieerd, gemeten en gekwantificeerd worden, moet het gebruik van ‘propensity to patent’-indicatoren met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden.

Specialisatie-indexen kunnen gebruikt worden om vragen te beantwoorden rond de positie van een specifiek land of regio in verschillende technologische domeinen ten opzichte van andere landen of regio’s. RTA (Revealed Technological Advantaged) is de meest gebruikte specialisatie-index.

De informatie in octrooien kan ook gebruikt worden om technologische kaarten te construeren. Voor dit doeleinde moeten kan informatie van het innoverende bedrijf gebruikt worden, alsook informatie over de eigenschappen van de uitvinding zelf. Daarnaast kan informatie gebruikt worden over citaties (octrooi en niet-octrooi) in de octrooiaanvragen. Kaarten van verschillende technologische (sub)domeinen kunnen dan samengesteld worden door de relaties tussen frequent geciteerde octrooien te onderzoeken. Co-citatie, co-classificatie of co-woordanalyses zijn mogelijk. Binnen elk (sub)domein kan men de onderlinge positie beoordelen van verschillende spelers waaronder bedrijven, onderzoeksinstellingen, landen en/of regio’s. Mits een nauwgezette en zorgvuldige identificatie van geciteerde wetenschappelijke bronnen in octrooidocumenten, kunnen deze citaties gebruikt worden om het verband tussen wetenschap en technologie in kaart te brengen. Dit kan onder meer dienen om tot een mapping te komen van kennisstromen tussen wetenschap en technologie (op het niveau van landen, regio’s, instellingen, en zelfs individuen) of om concordantieschema’s tussen wetenschapdisciplines en technologiedomeinen te ontwikkelen.

De technometriegroep binnen ECOOM heeft diepgaande kennis van en ervaring met de verschillende technometrische indicatoren en hun gebruik zoals hierboven vermeld.