Voor het onderzoek naar carrières van onderzoekers maken we niet enkel gebruik van een unieke datacollectie op basis van administratieve data zoals de HRRF, maar zetten we ook in op surveys die meer diepgaand naar de percepties van de onderzoekers zelf peilen.

Dit heeft in de afgelopen jaren tot enkele belangrijke inzichten geleid. Zo werd vastgesteld dat de onderzoekspopulatie sterk gegroeid is in de afgelopen 2 decennia, zowel op junior- als op seniorniveau. Onder de nieuwe instromers is het aandeel vrouwelijke, en vooral het aandeel buitenlandse onderzoekers sterk gestegen tijdens die periode. Op postdoctoraal niveau is de toename van het aantal nieuwe postdoctorale onderzoekers sinds 2008 zelfs enkel toe te schrijven aan de stijging van het aantal buitenlandse postdoctorale onderzoekers.

De slaagkansen voor het behalen van het doctoraat zijn sterk gestegen in de loop van de tijd; in de meest recent evalueerbare cohorte behaalde 70% het doctoraat. Er zijn grote verschillen in functie van het financieringstype waarmee de onderzoekers het doctoraat uitvoeren; de grootste slaagkans wordt vastgesteld bij competitief verworven mandaten van het FWO en het VLAIO (85%). Ook tussen de wetenschapsclusters merken we verschillen, met lagere slaagkansen in de sociale en humane wetenschappen (respectievelijk 61% en 64%).

Het grootste aandeel van de doctoraathouders verlaat de Vlaamse universiteit na het behalen van het doctoraat: vier vijfde van de doctoraathouders is niet langer academisch actief aan een Vlaamse universiteit 5 jaar na het behalen van het doctoraat (cohorte doctoraathouders 2009-2012). Slechts een klein deel stroomt uiteindelijk door naar professor* (10% is professor 8 jaar na het behalen van het doctoraat – cohorte doctoraathouders 2006-2008). De buitenlandse houders van een Vlaams doctoraat stromen nauwelijks door. Bij de Belgische onderzoekers zien we de grootste doorstroom in de sociale wetenschappen (29% van de mannen en 20% van de vrouwen); de laagste doorstroom zien we in de exacte wetenschappen (5% van de mannen en 4% van de vrouwen).

* docent >= 50%, hoofddocent, hoogleraar, (buiten)gewoon hoogleraar

Terug